Circulair bouwen: niet hypen, aub!

Na de circulaire economie heeft ons land het circulair bouwen ontdekt. Ontdekt, maar we weten nog niet goed wat het is of moet worden. In de Green Deal Circulair Bouwen hebben meer dan 250 bedrijven en organisaties zich geëngageerd om samen die zoektocht aan te gaan en door kennisdeling te bepalen wat circulair bouwen precies moet of kan betekenen in ons land. Al lijkt niet iedereen dat zo te begrijpen, want her en der pakken partijen met veel tromgeroffel uit dat ze meewerken aan de Green Deal Circulair Bouwen of op een andere manier hun steentje bijdragen. Betekent dat dan ook dat ze straks verantwoordelijkheden zullen opnemen of kosten zullen dragen om er mee voor te zorgen dat circulair bouwen mogelijk wordt … ook met hun producten?

Het circulair paviljoen van ABN Amro op de Zuidas in Amsterdam, één van de grote voorbeelden in circulair bouwen.

Onze noorderburen hebben – zoals wel vaker – enkele jaren voorsprong in het circulair bouwen. Los van de mooie voorbeelden die ze al realiseerden, hebben zij intussen al geleerd dat we niet alles circulair moeten of kunnen bouwen. Maar ook dat er heel wat onvoorziene uitdagingen komen kijken bij circulair bouwen.

Om maar een voorbeeld te geven: een toonaangevende aannemer besloot circulaire bruggen te ontwikkelen en te gebruiken in een tijdelijk omleidingstraject. Nu enkele jaren later is het omleidingstraject niet meer nodig en liggen de circulaire bruggen te wachten op een nieuwe bestemming. Alleen, dat had de aannemer over het hoofd gezien, dat stockeren van die brugdelen.

Wie neemt verantwoordelijkheid?

Gelijkaardige situaties zullen we straks met onze gebouwen en infrastructuur ook tegenkomen. Wie wordt dan verantwoordelijk voor het stockeren en eventueel herstellen van producten die niet onmiddellijk een nieuwe bestemming krijgen? Er zijn al enkele organisaties – zoals Rotor of Retrival – die zich hierop toeleggen. Maar wanneer circulair bouwen echt van de grond komt, zal hun capaciteit dan volstaan? Zijn het dan de fabrikanten die hun producten moeten terugnemen? Is het aan de plaatser om de materialen in te zamelen? Of moeten sloopbedrijven zich omscholen voor deze nieuwe taak?

Wie gaat dat betalen?

Als we straks het antwoord op die vraag kennen, zal ook blijken dat er kosten komen kijken bij dit inzamelen en stockeren. Hoe vertaal je dat naar het bouwproject waarin de materialen hergebruikt zullen worden? Kun je ze goedkoper hergebruiken – want dat lijkt toch logisch in een tweede leven – of worden ze net duurder omwille van de extra handelingen en stockage? En welke opdrachtgever wil daar dan voor betalen?

Kortom, er zijn nog heel wat vragen te beantwoorden. Misschien moeten we daar samen eerst op focussen en pas dan energie steken in het roepen dat onze producten geschikt zijn om circulair te bouwen?

Trouwens, wat maakt een product circulair? Het zonder schade en eenvoudig kunnen demonteren?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *